Reformatie – Nieuws

“De tijd, waarin wij leven, 
vraagt om hervorming.” 
–Testimonies 4, blz. 488.

Inhoud:
 
 2 Vooroordeel en de remedie

 9 Eens een colporteur, altijd een colporteur

11 De mobiele telefoon, een zegen of een vloek

14 Specerijen en kruiden

16 Een blik op de pioniers, E. G. White









 
Uitgegeven door:
The Reformation Herald
Official Church of the
Seventh Day Adventist
Reform Movement


Adres in Nederland:
Zevende Dags Adventisten
Reformatiebeweging
Mezenhof 41
9561 CC Ter Apel
Postgiro 42 94 694

 

Deze uitgave wordt gerealiseerd door gaven van de leden en door vrijwillige bijdragen, waar wij bijzonder dankbaar voor zijn.

‘En Mijn volk, waarover Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen, zo zal Ik uit de hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen’ (2 Kronieken 7:14).
   
 
Geliefde lezeressen en lezers,

 De bovengenoemde tekst is een oproep en ook een oplossing voor het volk van God. God spreekt hier Zijn volk aan, niet als vreemden, die Hem niet willen kennen, maar Hij spreekt u en mij aan. Wij behoren bij Hem. 
 Voordat wij bidden, Hem zoeken en ons van de boze weg afkeren, moeten wij ons verootmoedigen. Het Hebreeuwse begrip, dat hier gebruikt wordt voor ‘zich verootmoedigen’, is ‘kana’ (kaw-nah). Dat betekent ‘de knie buigen’, zich in gehoorzaamheid buigen, ondergeschikt maken. Al uw plannen, uw trots, lichaam en ziel moeten onder Gods autoriteit worden gebracht. Dat is de eerste stap, die wij nemen moeten. Laten wij nadenken over de ervaring van koning Josia, die in Juda een grote hervorming teweeggebracht heeft. Als 20-jarige jongeman streed hij fel tegen de afgodendienst, hij verwoestte de afgodenaltaren en verbrandde de beenderen van de priesters op hun altaren en reinigde ook Juda en Jeruzalem. Daarna ging hij door met de hervorming door de tempel te verbeteren. Bij het herstellen van de tempel vond Hilkia de wet van de Heer. Hij gaf het boek aan Safan, de schrijver, en Safan ging naar de koning om deze voor te lezen. Hoe reageerde Josia, toen hij de woorden van de wet hoorde? Hij scheurde zijn klederen. Hij vroeg dadelijk aan God, wat deze woorden betekenden en door de profetes Hulda kreeg hij het antwoord: ‘Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, toen gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de Heere’ (2 Kronieken 34:27). Hier lezen wij, dat Josia zijn klederen scheurde en weende. Dat betekent, dat hij een gevoelig en open hart had tegenover de Heilige Geest. Is uw hart tegenover God ook gevoelig? Hoort u het fluisteren van de Heilige Geest, die vraagt aandacht aan uw geweten te geven? Hoe reageert u, als u vermaand en gecorrigeerd wordt? Hoe voelt u zich, als de waarheid u en uw gezin raakt? Bent u beledigd, vol bitterheid? God zoekt gevoelige zielen, zoals Josia, zielen, die open staan om de stem van God te horen, die bereid zijn zich te verootmoedigen en zich te buigen.
 Het mooiste voorbeeld, dat ons gegeven is, is Jezus. Hoewel Hij Gods Zoon was, vertelt de Bijbel: … Hij heeft Zichzelf vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja, de dood des kruises’ (Filippensen 2:8). Dit wonderbare voorbeeld Jezus is het middelpunt van onze gedachten. Toch kan het zo zijn, dat deze gedachte voor velen een dwaasheid is. Maar voor ons is het de kracht van God. Alleen door ootmoed en nederigheid krijgen wij kracht en zegen. Zo was het bij Josia en zo zal het ook in ons leven zijn, als wij deze woorden in ons hart opnemen. 
 Wij moeten niet vergeten, dat wij alleen in deze geest God kunnen zoeken en dan ernstig en eerlijk bidden met de wens, dat God ons Zijn weg toont. Dat wil zeggen, dat wij ons van onze boze wegen bekeren en Gods wegen aannemen moeten. Voor mensen is het meestal erg moeilijk, de methode van God te begrijpen, maar de Here zij dank, dat Zijn wegen zeker zijn en dienen voor ons welzijn. Moge de Heer ons allen helpen, zodat wij deze belangrijke gedachten begrijpen en ons persoonlijk, als gezin en als gemeente, zo vlug mogelijk aan God overgeven, zodat God Zijn wens voor ons kan vervullen, zoals Hij beloofd heeft: ‘ … zo zal Ik uit de hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen’ (2 Kronieken 7:14). 


  “Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, 
  of uit de Farizeeën?”(Johannes 7:48)
Bijlagen:
Download dit bestand (REF 13,2 2008.pdf)REF 13,2 2008.pdf[ ]813 Kb
Download dit bestand (REF 13,2 2008.doc)REF 13,2 2008.doc[ ]2606 Kb